Vraag drie ticketaanbieders om een offerte en je krijgt drie getallen die je niet kunt vergelijken. De één noemt een percentage, de ander een vast bedrag per ticket, de derde begint over een licentie. Dit artikel legt de kostenposten naast elkaar, zodat je weet welke vragen je moet stellen — en wat een reëel bedrag is voor jouw eventgrootte.
De vijf kostenposten van ticketing
Bijna elke aanbieder rekent op een combinatie van deze vijf posten. Sommige zijn zichtbaar op de offerte, andere pas op je eindafrekening.
Servicekosten: vast bedrag versus percentage
Het verschil tussen "€ 0,79 + 1,9%" en "5%" lijkt klein tot je het doorrekent. Bij een ticket van € 15 kost de eerste variant € 1,08 en de tweede € 0,75. Bij een ticket van € 60 is de eerste € 1,93 en de tweede € 3,00. Een percentagemodel is dus gunstig bij goedkope tickets en duur bij dure tickets.
De meeste Nederlandse organisatoren zitten in 2026 tussen de € 1,00 en € 2,00 aan servicekosten per ticket. Ligt een offerte daar structureel boven, vraag dan expliciet waarom.
Transactiekosten: inbegrepen of niet?
Een iDEAL-transactie kost een aanbieder ongeveer 25 tot 35 cent. Sommige platformen rekenen die apart door, bovenop de servicekosten. Vraag dus altijd: zit de betaalafhandeling erbij in, of komt daar nog een bedrag per transactie bij?
Let ook op de kosten van een terugbetaling. Bij sommige aanbieders kost een refund geld en krijg je de eerder betaalde servicekosten niet terug — pijnlijk als je een event moet annuleren.
De verborgen posten
Dit zijn de bedragen die organisatoren achteraf verrassen. Ze staan zelden op de eerste pagina van een offerte.
Rekenvoorbeelden voor drie eventgroottes
Onderstaande bedragen gaan uit van servicekosten van € 0,79 + 2,5% per ticket, doorberekend aan de bezoeker. Een workshopreeks van 150 tickets à € 25 kost € 213 aan servicekosten. Een clubavond met 800 tickets à € 15 komt op € 932. Een festival met 6.000 tickets à € 45 komt op € 11.490.
Zet die bedragen af tegen de tijd die je bespaart. Een organisator die de gastenlijst met de hand bijhoudt en aan de deur namen afvinkt, is per event al snel meer kwijt aan uren dan aan servicekosten.
Doorberekenen of zelf dragen?
Reken je servicekosten door, dan moeten ze in Nederland in de getoonde ticketprijs zitten: de ACM vraagt een totaalprijs met alle kosten die de bezoeker niet kan vermijden. Een ticket van € 15 met € 1,50 servicekosten staat dus als € 16,50 in je shop. Kosten die pas bij het afrekenen verschijnen, zijn niet toegestaan en kosten je bovendien bestellingen.
Draag je de kosten zelf, reken dan met ongeveer 3 tot 5 procent van je bruto ticketomzet en verwerk dat in je ticketprijs.
Samengevat
Veelgestelde vragen
Wat zijn redelijke servicekosten per ticket?
Voor de Nederlandse markt in 2026 is € 1,00 tot € 2,00 per ticket gebruikelijk, afhankelijk van de ticketprijs. Bij EventPilot betaal je € 1,50 per ticket, betaalkosten inbegrepen.
Mag ik servicekosten doorberekenen aan de bezoeker?
Ja, maar de getoonde ticketprijs moet de servicekosten al bevatten. De ACM vraagt een totaalprijs met alle kosten die de bezoeker niet kan vermijden. EventPilot doet dat automatisch.
Zijn er ticketsystemen die helemaal gratis zijn?
Voor gratis tickets bieden veel platformen, waaronder EventPilot, kosteloze registratie aan. Voor betaalde tickets betaalt iemand altijd de betaalkosten — de vraag is of dat jij bent of je bezoeker.
Wat kost het om over te stappen?
Bij EventPilot niets: er zijn geen overstap- of setup-kosten. Bestaande tickets en klantgegevens importeren kan nog niet. Controleer wel of je huidige aanbieder exportkosten rekent of gegevens weigert mee te geven.